dinsdag 13 december 2011

Het witte licht begint te beven


















Je geeft één vinger..
fietsen zonder handen.

Op kromme tenen

Paardenmiddel in de engelenkrans
op kromme tenen

De bestuursvoorzitter
in de op hol geslagen Hemelwagen
schuift de munteenheden op en neer
langs de vermolmde aardstralen
lijken langs de brandende kraters
de kraakheldere spiegeltorens
binnen in de kasten rotten,  

de ingewanden,  de sporen
van een oneindig bureaucratisch design
de ongebreidelde dromen van het megalomane Avondland
uitpuilende laden gescand in virale gevoeligheden
het grote telraam wankelt
de nieuwe zakelijkheid verdwijnt in oude zakken.

De tovenaarsleerling
goochelt in de zoekmachine
met afgekeken wiskundige aannames
de digitale zachte kleren
dragen de kokendhete lucht
halfgebakken kinderen bezwijken
in het illusionaire harde licht,

de zwarte rook in manische wolken
rond de slapende ogen
de frontale hersenkwab
verdwaalt in automatische stuiptrekkingen
rattelend in het labyrint van de spiegelneuronen
de biochemische aansturing in een doordrukstrip
van de lopende band
doodsangsten verzwolgen en gemuteerd
door een gapende productielijn,

de egocentrische dronken mans gebeden
jengelen begerend op de kokende autobanen   
onvervulde aandacht ramt manisch op de poorten
van het grenzeloze woud,
extatische grensgevallen stralen luidruchtig
door het overwoekerde landschap
van de overspannen propaganda
de geloofsartikelen zuchten aan de muren
in de uitgekookte winkelpui
de wanen glimlachen schizoïde
in iedere onvolprezen zin
en zingen zwalkend bewustzijn
in het aangespoelde vuil.
rob2011-12-13

zondag 3 juli 2011

Kleine lettertjes

Dichte lagen
schreeuwen langs de dag,
de harde vertraging
worstelt in de magere mist
blauwe sluiers dansen mateloos
in het wervelen van het licht.
Doodgezwegen bevrijde stemmen
verdrinken laveloos in het bombardement
van mateloze munteenheden,
snakkend naar adem
tussen het afval van het kopiëren en plakken,
de gedachteloze leegte van de machine
spuugt fletse drukproeven
in de geplastificeerde aarde.
De wereldziel gereduceerd
tot een uiterst armzalige calculatie
van winst of verlies
met banale wiskundige precisie
wordt de aanname verdicht
tot zwarte gaten in de regenboog.

Vereenzaamd in de nuance

Donderpreken
klagen langs haar bloeiende lippen
in de mistige glans van haar huid
is het blauw als de waterrijke tuin,
langs haar wang
vluchten de zoute woorden
terug naar de roestende grond,
de bitterzoete trekken rond zijn mond
lossen op in de grenzeloze diepte
van de open wilde lijnen
langs het pad.

maandag 18 april 2011

Opgepoetste vuilstortplaats
















Slangenkuil vol woorden
langs het tijdloze gewicht.

vrijdag 18 maart 2011

Nucleaire krater tussen de ogen
















Daar hangt de tijd in grauwe stralen
langs de wilde zee,
daar schreeuwt de ruimte
door de grenzen,
de golven gaan voorbij.

vrijdag 17 december 2010

Omgangsvormen
















Het zaad en de boom
en de ruimte om te bloeien.
De vernietiging van de omgangsvormen
in een fragiele atmosfeer.
Materiële penetratie van de ruimte,
het doolhof smacht naar arme zielen,
voedsel voor de maan.

donderdag 2 december 2010

georganiseerde misdaad(bal gehakt)

















Ik heb geen lekkage nodig
om te zien wat er aan de hand is.
de orakels verdwalen
in de chemische circulatie,
de onderwereld
beklimt de schijnbare ladder
met weinig moeite,
de wetenschapper rommelt
met procenten
in de gebroken materie
en publiceert
in schelle reclame folders.
De elementen glimlachen
zeer subtiel en vrijmoedig,
zijn bewustzijn, gelukzaligheid,
alleen de grenzeloze
eeuwigheid om te (be)grijpen,
het woord is niet het ding.
(wat is liefde?)

dinsdag 23 november 2010

De draden van de spiegelmachine
















De smalle dromen schreeuwen luid
zonder ooit wakker te zijn geweest.

maandag 22 november 2010

Hardvochtig gerommel

Een nieuwe kerncentrale.

De Grote Knal Gedachte















Werelden imploderen en dijen uit,
de muzen grenzeloos en eeuwig,
de zwarte gaten, de kikkervissen
dansen met de gele maan,
het naakte licht en donker
volledig in ontwikkeling,
het is nooit af, je komt nooit klaar,
er valt nog steeds iets af te leren
bij het stemmen van de snaren.
(verticale abstractie met tegenlicht)

Lulletje Rozenwater
















Boven het kreupelhout richt hij zich op,
met kop en schouders.
Het geïnfecteerde maaiveld afgeslankt.
Niet langer bezaait met klaver,
fluitenkruid, zuring, riddersporen,
gele en valse kamille,
grasklokken en robertskruid,
dolle kervel, zuring,
boerenwormkruid, madeliefjes,
cichorei, slangekruid,
de grote ereprijs, sleutelbloemen,
vingerhoedskruid,
akelei, vergeet-mij-nietjes
en gele moddervette
boterbloemen.
(diagonale abstractie uit het veld)

zondag 21 november 2010

zaterdag 20 november 2010

Meditatie voor de torens
















De hele bevolking van de stad liep uit vandaag,
mijn God wat is het leven mooi.
De eerste kou kwam fluisterend
met de avond, na eens
flink te hebben ingeademd, verruimde
de dingen zich en kon ik voldaan de nacht
laten inwerken op de zevende cirkel
van de balancerende elementen.
Perfect in het midden van de bron gingen
we zorgeloos en in overgave
met de kleurrijke optocht de heuvels in,
de grote trom en het trillen van de cimbalen
gaven de grenzeloze maat, het lachen
van de koperen fluit dwarrelde langs de bomen,
de twijfel vluchtte nederig naar de bodem.

vrijdag 19 november 2010

Sterke schouders
















Het gewicht
langs de kant van de weg,
een druppel uit de bron
beland overweldigend
in het centrum van het licht,
nederig
met een rebelse glimlach
kijkt het de grauwe duivel
in de oude bloeddoorlopen
ogen.